Pasen 2019



En het verhaal gaat verder….

Het Licht

Viering van het licht 1 april 2018. Nachtlicht Sneek, Overweging Jan Willem Nieboer

Zaterdagavond laat is het licht gewijd in de Paaswakeviering van de Rooms Katholieke kerk. Vier mensen uit vier verschillende geloofsgemeenschappen in Sneek hebben het licht aan het eind van de viering in een lantaarn meegenomen naar huis. In deze vier huizen in het noorden, zuiden, oosten en westen van de stad heeft het licht overnacht. Op de Paasmorgen, vroeg, voordat de zon opkwam hebben deze vier lichtdragers het licht met een fakkel meegenomen naar het centrum van de stad. Al lopend sloten mensen zich onderweg bij hen aan. Bij de Martinikerk werden ze opgewacht door een grote menigte en een gelegenheidskoor van 130 mensen. We hebben de openingswoorden uit het Johannesevangelie gelezen. Toen zette een kopergroep boven op de toren het lied uit Taize in: Als alles duister is, ontsteek dan een vuur van liefde eindeloos. We zijn zingend de kerk ingegaan waar we met de kaars uit het oosten de nieuwe paaskaars hebben aangestoken. Daarna verdeelde het licht zich over de kleine kaarsje die alle kerkgangers in de hand hadden. Hieronder volgt de overweging.

LOPEN

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen.
In het donker nog.
Uit het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Met het paaslicht.

En wij hier zagen hen niet lopen.
Maar we wisten dat ze liepen.
En terwijl zij liepen, verbrandden wij hierbuiten houtsnippers.
Met daarop geschreven dat wat op ons drukt.

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen
In het donker nog.

Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt
Ik ga weg
Tot de zon me achterhaalt
Lopen tot de zon komt
Tot ie straalt (Acda en de Munnik)

Heb je gehoord wat God tegen Mozes zegt?
Als hij daar staat met dat hele volk:
voor zich de zee en achter zich een woest leger.
Hij kon niet vooruit en niet achteruit.
Hij roept: “Help, God, help”

En God?
God zegt: “Wat sta je daar te bidden, ga, lopen!”
De zee in.

Twee joodse rabbi’s vroegen: Wanneer spleet die zee nou precies open?
De ene rabbi zei: “Toen de eerste Israëliet alle moed bijeen raapte en zijn voet op het water zette, toen, toen spleet de zee in tweeën.”
De andere rabbi zei: “Toen de Egyptenaren dichter en dichterbij kwamen, begonnen de achtersten te dringen, waardoor de voorsten naar de rand van de zee gedrukt werden. En toen de eerste Israëliet in de zee kieperde, toen, toen spleet de zee in tweeën.

En zoals dat alleen kan met joodse rabbi’s.
Ze hebben allebei gelijk.
Want het verhaal vertelt dat als je gaat lopen, hoe dan ook – ook met het laatste restje kracht uit je tenen, met de moed der wanhoop, of door angst gedreven - de zee splijt.
Er is een weg.

Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt
Ik ga weg
Tot de zon me achterhaalt
Lopen tot de zon komt
Tot ie straalt

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen.
In het donker nog.
Drie vrouwen.
Naar dat graf.
En zoals dat gaat als je een ramp overkomt,
Als iemand sterft die je zo lief is.
Hoe kapot, hoe murw, hoe leeg je ook bent, er moeten praktische dingen geregeld worden.
Want de tijd gaat onherroepelijk verder en jij dus ook.
Er moet afgelegd worden, een datum geprikt, kaarten geschreven.
Het afscheid moet goed vorm krijgen.
Zij doen dat met kruiden en olie.
Ze zijn gaan lopen.
In de mist in hun hoofd krijgt een vraag vaste vorm.
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?

Wat ik zo mooi vind in die hele praktische, bijna banale vraag die maar door hun hoofd blijft spoken, zit al hun verlangen, vragen en verdriet samengebald:
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?
Wie, in godsnaam, wie kan ons helpen die koude, harde, niet te tillen steen weg te halen die ons definitief scheidt van hem die ons zo lief is?
Die ene zin is het gebed van iedereen die rouwt.

Tot zover kunnen wij meekomen.
Tot aan dit moment haakt het verhaal van deze vrouwen en dat graf in onze ervaring. Tot hier.

Precies dit moment hangt hier geschilderd in de kerk.
Achter, in het gangetje tussen de hal en deze ruimte.
Het is het laatste van een serie schilderijen die daar hangt.
Je bent er langsgelopen.
Maar je hebt het niet gezien.
Omdat het donker was.
Omdat je je hoofd niet even gedraaid hebt toen je er langs liep.



Het is geschilderd door Theo Jaasma.
Het is geel, omdat de zon schijnt.
Er staan twee vrouwen op in lichte zomerjurken, omdat de zon schijnt.
Maar in hun hoofd is het donker.
Ze kijken bedrukt.
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?
Achter hen zie jij al het graf.
Jij wel.
Het is open.
De steen is weggerold.
Er is een figuur in witte kleding.
Maar de vrouwen zien het niet.
Nog niet.
Ze hoeven maar dit te doen - hun hoofd een fractie te draaien - dan zien zij het ook.
Het graf is open.
Er is geen steen.
Er is een deur.

Hier, op deze heilige plek, in deze kerk gaat het verhaal verder.
Al meer dan duizend jaar.
Verder dan waar wij met ons verstand bij kunnen.

Vanmorgen vroeg zijn we gaan lopen.
In het donker nog.
Uit het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Naar deze plek.

We weten van wat er fout kan gaan, van verdriet, van rouw en dood.
We weten allemaal van die steen waarop alles stuk loopt.

Maar hier, binnen in de kerk, gaat het verhaal verder.
Als wij stil vallen.
Als wij het licht doven.
Als onze woorden op zijn
Gaat hier het verhaal verder.
Hier neemt God het woord.

Wij draaien ons hoofd een fractie
Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold;
Het was een grote steen.
Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk, maar hij zei: Wees niet bang, U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is hier niet; kijk dat is de plaats waar hij is neergelegd. Ga…..

Ze gaan voorbij de steen.
En in het graf horen ze van opwekking, van niet bang zijn.
Ze zoeken de gekruisigde, de kapotgemaakte mens met zijn gruwelijk lot.
Maar hem vinden ze niet.
Hij is opgewekt.

Maar dat kan niet, dat is onmogelijk, onzinnig, dat bestaat niet dat…
Sssst.
Laat het staan.
Vind er nog eventjes niks van.
Laat in ieder geval die jongen in zijn witte kleren uitspreken.
Hoor je wat hij zegt?
“Ga.”
Dat zelfde woordje dat ook Mozes hoorde voor de zee:
Ga.
Lopen!

Ga
terug naar waar je vandaan komt.
Neem van hieruit het licht mee naar huis.
Lopen.

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer heeft zijn leven niet af kunnen maken.
Het werd hem voortijdig ontnomen.
Als je hem vroeg: “Dietrich, ik kan het maar niet geloven, die rare verhalen over Jezus, over genezing, over opwekking uit de dood”.
Dan zei hij: “Oh, dan moet je beter je best doen. Doe er nog een schepje boven op.
Ga nog meer leven in het spoor van Jezus. Geef meer liefde, vergeef, wees zachtmoedig, troost, zoek degenen op die in het verdomhoekje zitten. En ach, dan komt dat geloof vanzelf weer terug. Dat kan niet anders.”

Ga.
Lopen tot de zon komt.
Of met de woorden van een ander liedje van Acda en de Munnik:
Vandaag ben ik gaan lopen
En waar ik loop is van nu af aan een weg.

Vandaag ben ik gaan lopen - Acda en de Munnik

Gebed foar de stad



Doën open oans hart en oans leven foar Jou, God

Laat oans onbaatsuchtech weze, sudat liefe is te siën

Wêr’t alle hoop is fer- dween, laat dyn Geest syn werk der doën

Breng hoop en welfaart foar súters

wêr ut dúster is, skynt dyn licht


We bid-de foar Sneek dêr’t wij woane

We bid-de dat sond’n kwytskolden wurde

Doën dyn wil hier krekt as der boven

Fader, we roepe jou an


We bid-de foar kyndes

We bid-de foar leiders

We bid-de foar family’s

Hear, segen oans, bid-de wij!


We bid-de foar Sneek dêr’t wij woane

We bid-de dat sond’n kwytskolden wurde

Doën dyn wil hier krekt as der boven

Fader, we roepe jou an


Henk van der Veer

Er zijn veel ideeën, veel gedachten, veel kleine dingen en daarvoor zijn veel mensen nodig. Wanneer je deze bundelt en richting geeft kom je tot iets groots.

Winy Maas, architect & hoogleraar

i.s.m. de raad van kerken.

Contact

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.