Pasen 2019



En het verhaal gaat verder….

Viering van het licht op de vroege Paasmorgen: 21 april 2019

Viering van het licht in de Groate Kerk

In het woord Nachtlicht zit het hart van ons christelijk geloof verborgen. Met Pasen komen twee uitersten bij elkaar. De donkerste nacht en het meest krachtige licht. Die twee zijn op een mysterieuze manier met elkaar verbonden. Wie de opstanding en de overwinning van de dood viert, kan dat alleen doen als hij ook gevoeld heeft wat dood en lijden eigenlijk is. En andersom. Wie geraakt wordt door dood en verdriet, mag zich daarin verbonden weten met Christus die het Licht der wereld is. In de drie dagen van Pasen, van vrijdag tot zondag, gaan wij samen een weg door de dood en het graf heen.

In de vroege ochtend, vlak voordat de zon opkomt begint de viering van het licht. Letterlijk op de grens tussen de nacht en de dag. Om 6.10 uur begint deze viering buiten, bij de hoofdingang van de Martinikerk. Dan komen vier fakkels uit alle vier de windrichtingen bij de kerk aan, begeleid door een groot koor dat zingt van het licht. Als iedereen in de kerk een plekje gevonden heeft wachten we tot het moment van zonsopgang. Dan wordt aan de fakkel die uit het Oosten komt de nieuwe Paaskaars aangestoken en geven we het licht aan elkaar door. In deze viering van het licht wordt samen gezongen, gebeden en horen we de beide Paasverhalen. Het verhaal van de doortocht door de zee en dat van de doortocht door de dood. We laten ons aanraken door de opstanding van Christus die al ons donker in een ander licht zet. Vanuit deze viering gaat het licht naar alle geloofsgemeenschappen en Woonzorgcentra waar deze ochtend het Paasfeest gevierd wordt. Na de viering kan iedereen die dat wil het Paaslicht meenemen om te delen, of om thuis te laten branden.

Wijding van het licht in de Rooms Katholieke Kerk en fakkeloptocht

De avond voorafgaand aan deze viering wordt het Paaslicht gewijd in de Rooms Katholieke kerk aan de Singel. Die viering begint zaterdagavond 20 april om 22.15 uur. U/jij bent ook daar van harte welkom. De dragers van de vier fakkels worden na de wijding van het Licht in deze viering naar voren geroepen. Zij nemen het gewijde Paaslicht mee in een stormlantaarn naar het noorden, oosten, zuiden en westen van de stad. Daar overnacht het licht. Vier waakvlammen rondom de stad in de nacht waarin wij gedenken dat Christus in het graf lag. De vlam van het noorden van de stad overnacht in het Asielzoekerscentrum. De volgende ochtend vroeg steken de vier lichtdragers de fakkels aan met dit Paaslicht. Om 5.30 uur gaan zij naar een afgesproken punt waar mensen die mee willen lopen zich verzamelen. (Zie www.nachtlicht.nl/routes voor de vier locaties en de routes). Vanaf daar lopen de fakkeldragers naar het Martiniplein waar een Groot Paaskoor bij hen aansluit. Vanaf 6.10 uur gaat het dan in een gezamenlijke optocht van het Martiniplein naar de Martinikerk.

Even alle gegevens op een rijtje:

22.15: Paaswake in de St. Martinuskerk aan de Singel. In deze Paaswake wordt het Paaslicht gewijd. In de viering worden vier lichtdragers naar voren geroepen die het gewijde licht mee naar huis nemen. Het licht overnacht op vier plaatsen in de stad.

5.30: De lichtdragers steken met het licht uit de stormlantaarn een fakkel aan. Daarmee gaan zij naar vier verschillende verzamelpunten in de buurt van hun huis. Mensen die mee willen lopen kunnen zich hier verzamelen.

+/- 5.35 uur vertrekken lichtdragers vanaf deze verzamelplaatsen met fakkels en lopen naar het Martiniplein (Parkeerterrein bij de Rabobank)

6.05 uur Aankomst van alle vier de Lichtdragers op het Martiniplein. Hier verzamelen zich de mensen die meegelopen hebben met het licht samen met het koor.

6.10: - Bij de Martinikerk (ingang Noord aan de Marktstraat) hebben zich de mensen verzameld die voor de viering komen. We wachten daar op de vier fakkeldragers, het koor en de mensen die meegelopen hebben. Achter hen aan gaan we zingend de kerk binnen.

6.26 ’s zonsopgang De Paaskaars wordt aangestoken en het licht verspreidt zich door de hele kerk.

Viering van het licht met medewerking van een speciaal groot projectkoor.

Na de zegen komen vertegenwoordigers van geloofsgemeenschappen uit Sneek naar voren om het licht van de Paaskaars op te halen voor hun eigen Paasviering. Dan worden de lantaarns aangestoken voor de Woonzorgcentra waar een Paasviering gehouden wordt. Tot slot komen de kinderen en iedereen die dat wil kan naar voren om het licht mee te nemen in een zelf meegebracht lantaarntje. Er zijn ook potjes met een waxinelichtje verkrijgbaar achter de preekstoel. Op is op.

Het Licht

Viering van het licht 1 april 2018. Nachtlicht Sneek, Overweging Jan Willem Nieboer

Zaterdagavond laat is het licht gewijd in de Paaswakeviering van de Rooms Katholieke kerk. Vier mensen uit vier verschillende geloofsgemeenschappen in Sneek hebben het licht aan het eind van de viering in een lantaarn meegenomen naar huis. In deze vier huizen in het noorden, zuiden, oosten en westen van de stad heeft het licht overnacht. Op de Paasmorgen, vroeg, voordat de zon opkwam hebben deze vier lichtdragers het licht met een fakkel meegenomen naar het centrum van de stad. Al lopend sloten mensen zich onderweg bij hen aan. Bij de Martinikerk werden ze opgewacht door een grote menigte en een gelegenheidskoor van 130 mensen. We hebben de openingswoorden uit het Johannesevangelie gelezen. Toen zette een kopergroep boven op de toren het lied uit Taize in: Als alles duister is, ontsteek dan een vuur van liefde eindeloos. We zijn zingend de kerk ingegaan waar we met de kaars uit het oosten de nieuwe paaskaars hebben aangestoken. Daarna verdeelde het licht zich over de kleine kaarsje die alle kerkgangers in de hand hadden. Hieronder volgt de overweging.

LOPEN

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen.
In het donker nog.
Uit het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Met het paaslicht.

En wij hier zagen hen niet lopen.
Maar we wisten dat ze liepen.
En terwijl zij liepen, verbrandden wij hierbuiten houtsnippers.
Met daarop geschreven dat wat op ons drukt.

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen
In het donker nog.

Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt
Ik ga weg
Tot de zon me achterhaalt
Lopen tot de zon komt
Tot ie straalt (Acda en de Munnik)

Heb je gehoord wat God tegen Mozes zegt?
Als hij daar staat met dat hele volk:
voor zich de zee en achter zich een woest leger.
Hij kon niet vooruit en niet achteruit.
Hij roept: “Help, God, help”

En God?
God zegt: “Wat sta je daar te bidden, ga, lopen!”
De zee in.

Twee joodse rabbi’s vroegen: Wanneer spleet die zee nou precies open?
De ene rabbi zei: “Toen de eerste Israëliet alle moed bijeen raapte en zijn voet op het water zette, toen, toen spleet de zee in tweeën.”
De andere rabbi zei: “Toen de Egyptenaren dichter en dichterbij kwamen, begonnen de achtersten te dringen, waardoor de voorsten naar de rand van de zee gedrukt werden. En toen de eerste Israëliet in de zee kieperde, toen, toen spleet de zee in tweeën.

En zoals dat alleen kan met joodse rabbi’s.
Ze hebben allebei gelijk.
Want het verhaal vertelt dat als je gaat lopen, hoe dan ook – ook met het laatste restje kracht uit je tenen, met de moed der wanhoop, of door angst gedreven - de zee splijt.
Er is een weg.

Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt
Ik ga weg
Tot de zon me achterhaalt
Lopen tot de zon komt
Tot ie straalt

Vanmorgen vroeg zijn ze gaan lopen.
In het donker nog.
Drie vrouwen.
Naar dat graf.
En zoals dat gaat als je een ramp overkomt,
Als iemand sterft die je zo lief is.
Hoe kapot, hoe murw, hoe leeg je ook bent, er moeten praktische dingen geregeld worden.
Want de tijd gaat onherroepelijk verder en jij dus ook.
Er moet afgelegd worden, een datum geprikt, kaarten geschreven.
Het afscheid moet goed vorm krijgen.
Zij doen dat met kruiden en olie.
Ze zijn gaan lopen.
In de mist in hun hoofd krijgt een vraag vaste vorm.
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?

Wat ik zo mooi vind in die hele praktische, bijna banale vraag die maar door hun hoofd blijft spoken, zit al hun verlangen, vragen en verdriet samengebald:
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?
Wie, in godsnaam, wie kan ons helpen die koude, harde, niet te tillen steen weg te halen die ons definitief scheidt van hem die ons zo lief is?
Die ene zin is het gebed van iedereen die rouwt.

Tot zover kunnen wij meekomen.
Tot aan dit moment haakt het verhaal van deze vrouwen en dat graf in onze ervaring. Tot hier.

Precies dit moment hangt hier geschilderd in de kerk.
Achter, in het gangetje tussen de hal en deze ruimte.
Het is het laatste van een serie schilderijen die daar hangt.
Je bent er langsgelopen.
Maar je hebt het niet gezien.
Omdat het donker was.
Omdat je je hoofd niet even gedraaid hebt toen je er langs liep.



Het is geschilderd door Theo Jaasma.
Het is geel, omdat de zon schijnt.
Er staan twee vrouwen op in lichte zomerjurken, omdat de zon schijnt.
Maar in hun hoofd is het donker.
Ze kijken bedrukt.
Wie haalt die enorme steen weg voor de deur van het graf?
Achter hen zie jij al het graf.
Jij wel.
Het is open.
De steen is weggerold.
Er is een figuur in witte kleding.
Maar de vrouwen zien het niet.
Nog niet.
Ze hoeven maar dit te doen - hun hoofd een fractie te draaien - dan zien zij het ook.
Het graf is open.
Er is geen steen.
Er is een deur.

Hier, op deze heilige plek, in deze kerk gaat het verhaal verder.
Al meer dan duizend jaar.
Verder dan waar wij met ons verstand bij kunnen.

Vanmorgen vroeg zijn we gaan lopen.
In het donker nog.
Uit het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.
Naar deze plek.

We weten van wat er fout kan gaan, van verdriet, van rouw en dood.
We weten allemaal van die steen waarop alles stuk loopt.

Maar hier, binnen in de kerk, gaat het verhaal verder.
Als wij stil vallen.
Als wij het licht doven.
Als onze woorden op zijn
Gaat hier het verhaal verder.
Hier neemt God het woord.

Wij draaien ons hoofd een fractie
Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold;
Het was een grote steen.
Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk, maar hij zei: Wees niet bang, U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is hier niet; kijk dat is de plaats waar hij is neergelegd. Ga…..

Ze gaan voorbij de steen.
En in het graf horen ze van opwekking, van niet bang zijn.
Ze zoeken de gekruisigde, de kapotgemaakte mens met zijn gruwelijk lot.
Maar hem vinden ze niet.
Hij is opgewekt.

Maar dat kan niet, dat is onmogelijk, onzinnig, dat bestaat niet dat…
Sssst.
Laat het staan.
Vind er nog eventjes niks van.
Laat in ieder geval die jongen in zijn witte kleren uitspreken.
Hoor je wat hij zegt?
“Ga.”
Dat zelfde woordje dat ook Mozes hoorde voor de zee:
Ga.
Lopen!

Ga
terug naar waar je vandaan komt.
Neem van hieruit het licht mee naar huis.
Lopen.

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer heeft zijn leven niet af kunnen maken.
Het werd hem voortijdig ontnomen.
Als je hem vroeg: “Dietrich, ik kan het maar niet geloven, die rare verhalen over Jezus, over genezing, over opwekking uit de dood”.
Dan zei hij: “Oh, dan moet je beter je best doen. Doe er nog een schepje boven op.
Ga nog meer leven in het spoor van Jezus. Geef meer liefde, vergeef, wees zachtmoedig, troost, zoek degenen op die in het verdomhoekje zitten. En ach, dan komt dat geloof vanzelf weer terug. Dat kan niet anders.”

Ga.
Lopen tot de zon komt.
Of met de woorden van een ander liedje van Acda en de Munnik:
Vandaag ben ik gaan lopen
En waar ik loop is van nu af aan een weg.

Vandaag ben ik gaan lopen - Acda en de Munnik

Er zijn veel ideeën, veel gedachten, veel kleine dingen en daarvoor zijn veel mensen nodig. Wanneer je deze bundelt en richting geeft kom je tot iets groots.

Winy Maas, architect & hoogleraar

i.s.m. de raad van kerken.

Contact

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.